HomeActueel Participeren kan je leren - door Tjeerd Vrij

Participeren kan je leren - door Tjeerd Vrij

Gepubliceerd: dinsdag 15 mei 2018

Binnen de erfgoedsector zijn het spel, de spelers en de spelregels ingrijpend aan het veranderen. Zo gaat de nieuwe Omgevingswet, en daarmee zeg ik niets verrassends, grote consequenties hebben op het ruimtelijk erfgoedbeleid. Een onderdeel van deze wet waar men minder van is doordrongen, en mijn inziens wordt het zelfs onderschat, is dat gemeentes straks verplicht zijn in participatie met hun burgers een lokale Omgevingsvisie te maken. In combinatie met urgente maatschappelijke uitdagingen rondom leegstand op het platteland, de aardbevingen in Groningen, de energietransitie, waterveiligheid en klimaatverandering, betekent dit nogal wat voor de ambtenaren en de (erfgoed-)professionals die actief zijn in dit veld. Niet alleen in juridische en beleidsmatige zin, maar óók voor de competenties die die professional in huis moet hebben.

De kunst van het loslaten

Overheden zijn gewend om heel veel zelf te regelen en te regisseren. Door de Omgevingswet moet de regie worden losgelaten en tal van samenwerkingsverbanden worden aangegaan. Veel belangen en onderwerpen moeten worden afgewogen. Niet alleen over cultureel erfgoed, maar ook over milieu, gezondheid, bodemkwaliteit, economie en vestigingsklimaat, mobiliteit en nog veel meer. Geluiden die je hoort: ‘Dit leidt tot een uitzichtloze vergadercultuur, ik word er nu al moe van.’ of ‘Met al die participatie wordt het een integrale soep, waarbij alle ingrediënten door de blender zijn gegooid, niet meer afzonderlijk herkenbaar zijn en aan het resultaat kraak noch smaak zit.’ Die integrale aanpak die in deze uitspraken zo wordt verfoeid, zie ik echter als winst. Door juist met elkaar de verschillende belangen af te wegen, kunnen oplossingen ontstaan die waarde toevoegen aan het gebied. Inmiddels zijn er succesverhalen waar dit is gelukt en soms zelfs in een kortere doorlooptijd dan vroeger, zonder participatie, het geval zou zijn geweest.

De klassieke valkuil

Voorbeelden waar het fout gaat zijn er natuurlijk ook volop, en met de nieuwe wet in het vooruitzicht uitermate leerzaam. Een klassieker speelde zich afgelopen najaar af bij mij om de hoek, waar ik woon, en waar een boer bij de gemeente Tiel een subsidie aanvroeg voor een plan om zijn fruitbomen te vervangen voor een zonnepark van enkele tientallen voetbalvelden groot. Overleg met de gemeente leerde dat de wethouder er niet bij voorbaat afwijzend tegenover stond. Tiel heeft uitdagende klimaatdoelstellingen en de aanleg van zo’n park zou flink helpen om die doelen te halen. De boer informeerde zelfs via zogenaamde keukentafelgesprekken omwonenden over zijn plannen en peilde hun oordeel. De gemeente Tiel zorgde voor een voorlopige verklaring van geen bezwaar. Een verklaring die alleen maar tot doel had om de subsidieaanvraag mogelijk te maken. Maar het voorspelbare onheil riep de gemeente daarmee over zich af. De gemeente had de inwoners van de betreffende dorpen namelijk niet over de procedure geïnformeerd, met als gevolg dat zij concludeerden dat de gemeente al toestemming had gegeven. Massieve weerstand was het gevolg. Stellingen werden betrokken. Handtekening-acties werden georganiseerd. De lokale pers dook er boven op. Omwonenden en organisaties als Waardevol Tiel en de Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap dienden meer dan 100 bezwaren tegen de vergunning in.

Ze vonden dat de gemeente veel te snel positief gereageerd had op het initiatief. “Het stadsbestuur zou eerst goed moeten kijken naar alternatieve locaties en manieren om duurzame energie op te wekken, voor dit in het buitengebied toe te staan. Het schaarse en bijzondere landschap van de Linge zou voorgoed zijn vernield.”,  was één van de quotes in de Gelderlander.

De aanvankelijke steun in de gemeenteraad brokkelde  vervolgens snel af. Er werd gesproken over 'een valse start'. De geschrokken PvdA, eerst voorstander, kwam met het volgende inzicht: “Lukt het niet om draagvlak voor het plan te krijgen, dan gaat het feest gewoon niet door.”

Participeren als paradigmawisseling

Bovenstaand voorbeeld, wat met gemak kan worden uitgebreid, en dat een patroon heeft dat zich de komende jaren bij tal van dossiers nog vele malen zal herhalen, laat zien dat die participatieve aanpak nog niet zo makkelijk is. Je mag gerust spreken van een paradigmawisseling. En niet alleen voor ambtenaren en politici, maar ook voor andere professionals actief in het ruimtelijk veld.

Zo mag ook de erfgoed-professional hierbij zijn hand in eigen boezem steken. De klassieke rolopvatting van deze beroepsgroep was (of is) dat hij zichzelf ziet als beschermer van het erfgoed, als wij versus zij. Iemand die er, met wetgeving en het tegenhouden van vergunningen als wapen, met een gestrekt been in kan gaan. Een participatieve aanpak bevindt zich dan aan het andere eind van het spectrum, een wereld waar een geheel andere taal wordt gesproken.

Het is een aanpak waarbij je niet á priori vanuit een loopgraaf opereert, maar de andere belanghebbenden wilt leren kennen, oprecht naar hun zorgen en behoeftes luistert, informatie pro actief deelt, jezelf als medestander ziet in plaats van tegenstander, je een houding van samenwerken uitstraalt, compromissen wilt en durft te sluiten. Een proces waarbij je ook tevreden achterover leunt als het erfgoed waar jij voor staat in het eindresultaat niet voor honderd procent, maar voor een deel behouden blijft, een deel waarbij het karakter van het gebouw, de straat of het gebied herkenbaar blijft maar niet onaangetast hoeft te zijn.

Moeten versus willen

Ik vind het een negatieve benadering om steeds te benadrukken dat de Omgevingswet die nieuwe aanpak gaat afdwingen. Het wordt dan een moeten in plaats van een willen. Een positieve houding is veel constructiever: de nieuwe wet biedt juist zoveel kansen om met het organiseren van draagvlak en samenwerking, ruimtelijke plannen te laten slagen. Met als effect dat het erfgoed inspireert tot kwalitatief mooie oplossingen en waarbij doorlooptijden en kosten voor het afhandelen van bezwaarprocedures worden verkort en verlaagd, in plaats van verlengd en verhoogd.

“Erfgoed inzetten als waarde in plaats van belang. Daarmee creëer je verbinding en raak je in gesprek met elkaar”

Goede  ervaringen zijn bijvoorbeeld opgedaan met projecten rondom erfgoed en beekherstel.  In deze projecten werd de, in de wereld van waterhuishouding volstrekt nieuwe, werkwijze geïntroduceerd om niet alleen in de tijd vooruit, maar ook terug te kijken en zo een biografie van het betreffende beekdal-landschap te maken. Door deze cultuur-historische analyse als aanvulling op hydrologische en ecologische analyses, daadwerkelijk met alle betrokken te bespreken en te doorleven, leidde dit ertoe dat de aanwezige watersystemen beter werden begrepen. Essentieel is hierbij dat erfgoed ingezet wordt als waarde en niet als belang. Met een waarde creëer je nl. verbinding en raak je in gesprek met elkaar, met een belang creëer je afstand en stopt of stokt het gesprek juist.

Met deze aanpak ontstaat er een ontwerp van zo’n beekdal waarin veranderingen en kwaliteiten van vroeger geheel of deels werden meegenomen, in plaats van genegeerd. Een aanpak die veel voordelen opleverden. Niet alleen in een minder grote aantasting van het beekdal, maar ook in minder bezwaarschriften.

En vergeet vooral niet: het kunnen!

Naast het willen, vraagt het spel van geven en nemen nog iets anders: kunnen!  Voor de participatieve aanpak heb je als professional een hele andere verzameling van vaardigheden nodig. Ik heb het hier over communicatieve competenties die niet iedereen in huis heeft. Denk aan luisteren, onderhandelen, samenwerken, overtuigen, presenteren. En: bij meningsverschillen de relatie met de anderen weten te behouden, de rol van procesbegeleider kunnen spelen, een stakeholders-analyse kunnen maken en met de juiste argumenten op het juiste moment de discussie weten te beïnvloeden.

Het goede nieuws is dat deze competenties zijn aan te leren. Opvallend is hierbij dat de meeste cursussen met onderwerpen als ruimtelijke ordening, waterhuishouding, de nieuwe Omgevingswet, erfgoed en ruimte, vooral een technische invalshoek hebben. Deze onderwerpen worden belicht vanuit het bestuursrecht, de planologie, de bouwkunde, het milieu. Echter, wat in al deze cursussen niet of nauwelijks aan bod komt zijn de faciliterende rol die erfgoed kan spelen in al deze veranderingsprocessen én de zo benodigde 'softskills' voor het creëren van draagvlak.

Naast de aanbieders van deze cursussen moeten vooral ook de afnemers zich bewust worden van het grote beroep dat nu en in de toekomst wordt gedaan op hun mogelijkheden om aan die participatieve aanpak met succes mee te kunnen doen. Laat het investeren in de professionele ontwikkeling die hiervoor nodig is, er óók een zijn van willen, in plaats van een moeten. Want als het laatste het geval is, ben je meestal te laat.


Tjeerd Vrij werkt als adviseur bij de ErfgoedAcademie. De ErfgoedAcademie ontwikkelt in samenwerking met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) een reeks van cursussen over de kracht van erfgoed in combinatie met maatschappelijke opgaven als de energietransitie of waterberging. In deze nieuwe cursussen krijgt het aanleren van competenties nodig voor de participatieve aanpak ruimschoots aandacht.

Cursus Energietransitie & Ruimtelijke Kwaliteit

Dit najaar organiseert de ErfgoedAcademie de cursus Energietransitie & Ruimtelijke Kwaliteit.

Participeren kan je leren - door Tjeerd Vrij